Maandag 23 januari 2017. Op tijd vertrekken we samen met Jan en José (Jonas) en de huurauto vanuit Portimão richting Spaanse grens. We hebben in Cordoba voor 3 nachten een hotelkamer gereserveerd om die stad te kunnen bezichtigen. Over de deels lege autobaan (zonder maandagochtend files) leggen we de 400 kilometer inclusief koffiestop in krap 4 uur af. Rond 15.00 uur (Spaanse tijd) arriveren we in Cordoba, door een wirwar van smalle straatjes waar de auto nauwelijks door kan, een stuk tegen het (eenrichtings-) verkeer in, naar Hotel Conquistador, echt midden in het oude centrum van de stad, op zo’n 15 meter (!) van de Mosque- of Mezquita-kathedraal.

Voor een eerste indruk van deze stad gaan we direct na het inchecken aan de wandel. Prachtig deze stad, alles mooi in de verf, schoon, opgeruimd en authentiek. Een stralende zon met strakblauwe hemel geeft alles meteen meer pracht. Genieten dus weer! Natuurlijk eerst de lunch in een piepklein restaurant met een koud glas bier, anders gaan we het niet redden tot het diner. Meteen weer Spanje met een siësta van 15.00 tot 19.00 uur. De eerste indruk van de wandeling deze middag maakt ons direct enthousiast.

In de avond lekker gegeten in een restaurant op loopafstand van het hotel (Casa Palacio Bandõlero) en op tijd naar bed. Dinsdag na een iets te uitgebreid ontbijt (’t is ook allemaal weer zo lekker) meteen maar de straat overgestoken van het hotel naar de kathedraal. Het is er nog niet druk en we kunnen meteen naar binnen. Cordoba (thans zo’n 325.000 inwoners) is een belangrijke cultuurstad van Spanje met best bewaarde oudheidkundige zaken. Het historisch centrum van Cordoba met de kathedraal staat op de wereld-erfgoedlijst van Unesco.

Zo is Cordoba overheerst door Romeinen (Karduba) tot ongeveer het jaar 400, Byzantijnen tot ongeveer 710, de Moren tot ongeveer 1030 en tot op heden de Christenen. Al deze “overheersers” hebben hun eigen sporen achtergelaten in de vele vormen van oudheidkundige architectuur. De Moren zijn in 785 gestart met de bouw van de moskee (Mezquita), waarin vervolgens elementen te ontdekken zijn van Romeinse, Byzantijnse, Syrische, Perzische en Gotische stijlen. Ofwel, je weet niet wat je ziet!

Er staan 860 marmeren zuilen die de dubbele bogen ondersteunen, zoals die in een moskee vaker te zien zijn. Vreemd is dat midden in de “moskee” een geweldige gotisch kerkschip staat, waarin vervolgens renaissance- en barokinvloeden terug te vinden zijn. Er staat echt een enorme kathedraal midden in de moskee, sprakeloos!

De minaret is vervolgens “verbouwd” tot gotische klokkentoren, maar veel moeite om de oorspronkelijke bouwstijlen te veranderen heeft men niet gedaan: het levert een prachtig samenspel op van alle bouwstijlen en geloofsovertuigingen. Zo ook de binnentuin met sinaasappelbomen, fonteinen en fraai aangelegde perken.

Een stukje verder ligt het Alcázar de los Reyes (“Paleis van de Vorsten”). Het bouwwerk stamt uit de 14e eeuw en diende oorspronkelijk als bescherming voor de stad en tevens verblijfplaats voor de verschillende katholieke koningen. Het kijkt uit over de Guadalquivir (rivier). Ook hier weer de Mujedar-bouwstijl, de mix van Moorse en Christelijke stijlen, met binnen een scala aan indrukwekkende Romeinse mozaïeken. Na de Moorse overheersing werd dit paleis het centrum van de Inquisitie, inclusief martelkamers en -werktuigen.

Rondom dit paleis liggen prachtig onderhouden Arabische tuinen. Bloemen, planten, fruitbomen, heesters, kruidenplanten, waterloopjes en fonteinen maken het geheel tot een lust voor het oog.

Vanuit het Alcázar wandelen we door de Joodse wijk, bezoeken we de synagoge en strijken vervolgens neer op een terras in de zon. 

Ook deze dag sluiten we af met een oer-Spaanse maaltijd in “El Patio Andaluz” waarna op tijd naar bed.

Onze laatste dag in Cordoba maken we een uitgebreide stadswandeling naar Plaza de Capuchinos, Plaza de Corrodera, Plaza de las Cabezas en vandaar via een terras naar de oude Moorse baden van de Kalief. De resten van deze baden zijn “per ongeluk” aangetroffen in 1903 en vervolgens gerestaureerd tussen 1961 en 1964. Ze stammen uit de 11e eeuw en werden gebruikt voor de hygiëne maar maakten ook deel uit van het sociale leven van de Islamiet.

Ook lopen we over de oude Romeinse brug over de Guadalquivir, ze stamt uit de 1e eeuw (lijkt toch ook wel heel sterk op de brug in Maastricht).

Ook deze dag sluiten we af met een lekkere Spaanse hap en een goed glas in een nabijgelegen restaurant. Donderdagochtend rijden we na het ontbijt de mooie stad weer uit, richting Portugese grens en vervolgens door naar Portimão. Het was weer allemaal meer dan de moeite waard.  

Gelukkig en gezond 2017

 

Zondag 1 januari 2017. Na een gezellige en bourgondische oudejaarsavond aan boord van de Triskel liggen we natuurlijk veel te laat -na het prachtige en goeddeels professionele vuurwerk- in bed, en daarmee ook ’s-ochtends niet te vroeg op. Het vuurwerk verloopt overigens ietsje anders dan we in NL gewoon zijn: hier wordt oudjaar helemaal niet geknald, en pas om 12.00 middernacht steekt men vuurwerk af. Om 12.15 is dat gebeurd en keert de rust weer terug.

De hele dag plegen- en krijgen we telefoontjes met nieuwjaarswensen en brengen we de buitenlandkosten voor onze telefoon-provider op een fors hoog niveau, maar dat mag ook weleens een keer. We genieten van de contacten met familie en vrienden de hele Nieuwjaarsdag, zijn daar ook zowat de hele dag mee bezig en sluiten af met verse sushi bij de lokale Japanner. Maandag maar meteen de boot van de “kerstdracht” af geholpen. Dus: alle versiersels uit de kajuit opgeborgen en ook de lampjes buiten uit de mast gehaald. Net voor het natte weer door zet, hebben we alle versiering droog binnen.

Door de swell die de haven in komt bij deze harde zuidoostenwind liggen we flink te hobbelen aan onze steiger. Vooral in de avond en nacht gaat het fiks tekeer. Zware rukken stellen onze landvasten op proef. Als Martje na een onrustige nacht aan dek komt, blijken van een klamp (“touwdoorvoer” aan bakboord voorop) twee dikke bouten krom getrokken te zijn. Ook de houten lijst daar is flink beschadigd. Meteen aan het werk dus. In Lagos nieuwe bouten en moeren gehaald, de oude eraf gezaagd (losdraaien gaat niet meer), het houtwerk weer netjes gemaakt en in een lekkere klodder zwarte kit de zaak weer met nieuwe bouten en moeren gemonteerd; zie je bijna niets meer van! Tijdens de montage, waarvoor Frans als een slangenmens opgevouwen in de ankerbak moet kruipen, komt hij erachter dat zijn buik inderdaad door de Kerst en Nieuw in omvang is toegenomen (of is misschien de ankerbak gekrompen?). Wel meteen een nieuw landvastrubber besteld, zodat een volgend keer de boot beter de schokken op kan vangen.

Donderdag gaat Martje lekker op de fiets boodschappen doen en Frans schroeft de carburateur van de buitenboordmotor uit elkaar. De (zo goed als nieuwe) motor loopt de laatste tijd stationair erg slecht en onregelmatig. Er zit wat vuil links en rechts, en na alle sproeiertjes doorgeprikt te hebben kan de handel weer in elkaar. De motor loopt weer helemaal als nieuw; probleem opgelost. Vrijdag maar meteen onze was naar de wasserette gebracht met de Zodiac.

Vrijdagavond is er Nieuwjaars cocktail voor alle jachtbemanningen en de medewerkers van Marina Portimão. Erg goed verzorgd, met volop hapjes, drankjes en levende muziek. Zondag was het “Ladies Day” voor het varen met de Micro-Magics. Heerlijk in het zonnetje zetten de dames uit de haven hun beste en fanatiekste beentje voor met deze mini-zeilregatta.

Maandag 9 januari zitten we al vroeg in de (huur-)auto richting Faro Airport. Rob en Mieke (van de Grand-Cru uit Herkingen) komen een week “zon proeven” in Portimão na een turbulent jaar.

Hartstikke blij zijn we hen te zien, heerlijk. Meteen maar een terras in de zon in Faro gedaan, nabij het strand, natuurlijk met een koud biertje.

 

Naar Portimão gereden, waar Mieke en Rob op een steenworp van de Aveline een hotel hebben gereserveerd.

 

 

Frans laat namiddag meteen maar aan Rob zien dat ze ook hier midden in de winter nog knappe terrassen hebben in de zon; weer met een biertje dus.

 

 

De volgende dagen rijden we samen rond in de omgeving, waarbij de lunch steevast op een zonnig terras, meestal nabij het strand, gebruikt wordt. En als je dan toch bij het strand bent, dan raap je natuurlijk schelpen voor thuis.

We bezoeken deze week Alvor, Caldes de Monchique, Cabo de São Vicente (jazeker, voor een foto op de stoel bij de vuurtoren), Sagres, Lagos, Ponte da Piedade en Carvoeiro, alles bij een heerlijke temperatuur en natuurlijk de zon, waarbij vooral Mieke geniet van alle prachtige bloeiende bloemen.

Maandag 16 januari is na een geweldige week de koek weer op en brengt Frans Mieke en Rob weer terug naar Faro voor hun terugvlucht naar Eindhoven. Tot in het najaar Mieke en Rob………………..

Donderdag 8 december 2016. Daan komt vanavond aan voor een “bliksembezoek”. Hij landt pas om 21.35 uur in Faro. ’s-Ochtends hebben we de huurauto opgehaald in Portimão en vertrekken op tijd via de lokale wegen langs de kust naar Faro.

Eerst nog even naar de enorme shopping-mall (Forum Faro) juist buiten de stad. Tja, heb je een Nespresso-apparaat voor een super kopje koffie, maar moet je wel een kleine zestig kilometer rijden om aan de juiste koffiecups te geraken. Welnu, we moesten toch in Faro zijn, dus geen moeite. In het grote winkelcentrum zien we zelfs een enorme tijdelijke ijshal en volop kerstversiering, bij een temperatuur in de vroege avond van 18 graden, beetje onwerkelijk toch?

We zijn mooi op tijd op het vliegveld en we zijn ontzettend blij om Daan weer te zien. Kletsen, kletsen en nog eens kletsen dus, ook terug aan boord tot ver na middernacht. Vrijdag na uitgebreid ontbijt op weg naar Cabo de Sao Vicente. Dit natuurfenomeen willen we ook Daan niet onthouden, net zomin als de prachtige rotsstranden onder Sagres en de Ponte da Piedade bij Lagos.

Daan vindt het allemaal prachtig en wij vinden het vooral prachtig Daan weer even bij ons te hebben; kortom, we genieten alle drie! Vanuit Lagos naar Ferragudo voor een super lekkere fikse tarbot in restaurant Sueste, uiteraard met een lekker flesje wijn. Zaterdag op tijd opgestaan, Daan moet iets na drie uur namiddag weer het vliegtuig in richting Eindhoven. We vertrekken op tijd om Tavira nog te bezoeken. Tavira ligt dertig kilometer voorbij Faro en zo’n 20 kilometer van de Spaanse grens. De stad met ongeveer 26.000 inwoners ligt aan de monding van de rivier de Gilão. Vanwege de ligging van de stad aan deze rivier wordt Tavira ook wel het Venetïe van de Algarve genoemd. De stad leeft van de visserij en het toerisme. Ook hier zie je (aan de bouwstijlen) dat de stad door de Moren werd beheerst tussen de 8e en de 13e eeuw, ondanks dat het grootste deel bij de aardbeving van Lissabon (1755) werd verwoest.

Na een lunch (natuurlijk met vis en een flesje wijn) brengen we Daan richting vliegveld van Faro. Het is stil in de auto, veel te kort was hij hier, en waarschijnlijk zien we hem pas over een paar maanden weer. Verdikke.

Zaterdag 11 december rijden we (de huurauto hebben we immers voor een hele week) met prachtig weer naar de westkust van de Algarve, naar Aljezur. We hebben de kerstmutsen bij, de rode shirts van Lameco, want de fotosessie voor onze kerstkaart staat vandaag op het program. Op het strand van Ponta da Arrifane lukt dat, uiteraard na heel veel lachwekkend gestuntel met de afstandsbediening en instelling van het fototoestel.

Buiten de foto’s nemen we ook de tijd om dit prachtige stukje ruige natuur op ons in te laten werken. Boven op de kliffen is het echt genieten geblazen van een uitzicht “tot het einde van de wereld”.

Maandag, gasflesdag! Wat hebben we het weer druk. In Portugal gaat men erg voorzichtig om met het vullen van gasflessen. Dat mag daar maar op enkele plaatsen en omdat onze eerste gasfles van 10 kg (na 9 maanden!) leeg is willen we die graag gevuld hebben. Ruilen van flessengas kan hier bijna op elke hoek van de straat, maar vullen van onze afwijkende kunststof flessen is een ander verhaal. Via internet komen we aan het adres van een vulstation, maar dat ligt dan wel weer in de buitenwijken van Faro, tja, inderdaad zestig kilometer heen en zestig terug. Maar ja, wie de tijd heeft………….. tijd, tijd hebben we toevallig genoeg. Enkele dagen geleden werden we erop geattendeerd dat wij als “jonge pensionado’s” feitelijk miljonairs zijn, “tijd-miljonairs” noemde men ons! Klopt helemaal, dus geen gemopper over een gasfles laten vullen in Faro, erop af! En inderdaad, laat in de middag komen we met een gevulde fles weer in Portimão bij de Aveline. Bij de Chinese winkel in de stad halen we kerst-kitsch-strikken en bij de Lidl twee prachtige led-verlichtingsslangen. De boot wordt aangekleed in kerstsfeer, zowel binnen als buiten.

Ook halen we samen met de Jonas onze “nieuwe” huurauto op in Silves. Een prachtige Nissan, zonder airco, maar met volop deuken, krassen en slechts 222.000 km op de teller. Voor een geringe vergoeding mogen we deze auto tot april 2017 “lenen van een vriend”. Prima boodschappenauto, taxi, of gewoon effe lekker toeren naar het stille strand.

Donderdag 15 december. Met onze prachtige sedan worden we door de Jonas naar het vliegveld van Faro gereden. Broer Karel en Liesbeth komen een weekje logeren in het Tivoli Marina hotel, op 50 meter van de Aveline hier in de haven van Portimão. Het is zeven maanden geleden dat we hen gezien hebben, dus we zien hier naar uit.

Met de huurauto van Broer rijden we naar Portimão, onderweg volop kletsen natuurlijk, en na inchecken in het hotel tot ver na twaalven geborreld op de Aveline. Superfijn om elkaar weer te zien. Vrijdag laat ontbijt, koffie en dan met Broer en Liesbeth naar Lagos met een prima lunch aan het strand. Daags erop nog heerlijk aan het strand in de zon gezeten met een hapje en een drankje, kon slechter dus! Zondag rijden we met vieren de kustweg van Aljezur naar Sagres, en via Lagos naar Alvor, dit alles met prachtig zonnig weer.

 

Maandag, winkel-dag! In het grote winkelcentrum “Aqua-Portimão” gaan Liesbeth en Martje op koopjes-pad. Broer en Frans  houden het prima uit in een koffiecorner in de zon. Vol beladen en tevree keren we terug naar de Aveline, dit was pas echt een zware dag!

Dinsdag 20 december rijden we naar Monchique, het hoogste punt van de Algarve, waar het buitengewoon fris is: er is geen zon en het waait er stevig door op 902 meter hoogte. In Silves rondgekeken en geëindigd op een terras in de zon.

Vandaag, woensdag, doen we het een beetje rustig aan. Na koffie in de kuip van de Aveline (en het showen van de nieuwe truien van de broertjes) naar het strand van Praia da Rocha voor een lange wandeling en ook hierna eindigen we weer op een terras aan de boulevard.

Donderdag ontbijten we met vieren in het hotel, waarna langzaam aan het vertrek van Broer en Liesbeth nadert. We zwaaien ze uit, na een heerlijke week samen, met heel veel goeie buurt, lachen, eten en drinken. Kon slechter, alleen dan weer dat afscheid….

Micro-Magic regatta

Vrijdag is het heerlijk weer om te zeilen. Niet met de Aveline hoor, want die staat in de winterstand, maar met de afstandsbediende Micro-Magics van de Lowlander (ze hebben er maar liefst vier) en dat valt nog tegen, zeker voor Frans die van alle regatta’s er uiteindelijk maar eentje weet te winnen en de andere bedroevend afsluit. Tja, je kunt natuurlijk niet overal goed in zijn toch?

Martje is intussen druk in de weer met het kerstdiner ( lees: ze denkt er over na) en we verzamelen allerhande spulletjes voor een prachtige kerstdis. Ook krijgen we al dagen volop kerstpost via de mail, hartstikke leuk, lief en gezellig!

Zondag, 1e Kerstdag, klaar voor het kerstdiner met de Jonas en Triskel op de Aveline. Allemaal hebben we gerechten gemaakt, een sfeervolle tafel en een (te) goed glas doen de rest. Super gezellig brengen we met elkaar de avond door tot in de hele late uurtjes.

Tweede kerstdag is hier geen feestdag in tegenstelling tot in Nederland. Wel zijn er veel mensen vrij en vertoeven ze in de (overvolle) winkels, stranden, boulevards, restaurants en terrassen. Wij gaan lekker fietsen die dag!

Donderdag 17 november 2016. Er komt bezoek….dus….boot schoonmaken, voorpunt inrichten voor de logees, auto regelen (Ford Fiesta besteld, komen ze met een dikke BMW aanzetten, nou ja, als het dan toch moet….), boodschappen doen (met de auto ipv op de fiets), druk druk druk, maar ja, Marleen wordt maar een keer in haar leven 30 jaar en dat viert ze hier bij ons, geweldig toch! Vrijdag al heel vroeg uit de veren (niet echt onze gewoonte hier) want Marleen en Wiedse landen vanuit Amsterdam om 08.30 uur in Faro en natuurlijk zijn wij dan al daar. Met slechts 10 minuten vertraging landen ze en heerlijk, heerlijk , heerlijk, daar zijn ze weer, onze blommen!!!! Jarige Jet heeft zelfs geen last (meer) van ochtendhumeur, gezellig.

Welkom in Faro
Welkom in Faro

We rijden in een uurtje naar Portimão, de temperatuur schreeuwt al snel om een korte broek en een T-shirt. Strak blauwe lucht, heerlijke zon….tja, dat hadden ze in NL niet helemaal zo! Natuurlijk geen verjaardag zonder slingers, taart en … een cadeautje. Helemaal jarig is onze jongste dus vandaag, 30 nog wel! Ook een cadeautje uit Nederland voor de Aveline ontbreekt niet: een nieuwe toiletpomp, hier in Portugal niet te betalen, dus met de luchtvracht maar uit NL laten komen; kunnen we eindelijk de zaak goed fixen! Ook Marleen en Wiedse genieten van de zon en de warmte hier, in tegenstelling tot het kille en natte weer in NL dat ze een paar uurtjes geleden achter zich lieten.

Na de taart met de auto naar Silves gereden.  Silves is een oude vestingstad; de vesting torent hoog boven de stad uit. De stad kwam tot bloei onder de Moorse heerschappij en heette vanaf de 8ste eeuw Xelb of Shilb. In de 11de en 12de eeuw was de stad de onafhankelijke taifa Silves. In 1242 werd de stad door Paio Peres Correira, grootmeester van de Orde van Santiago veroverd op de laatste heerser, Ibn Afan. De grote moskee veranderde in een kathedraal (Sé Catedral). Lekker rondgekeken in de vesting die erg mooi gerestaureerd is.

Ook de kathedraal ( de oude moskee dus) was de moeite waard.

Kathedraal Silves
Kathedraal Silves

Van Silves doorgereden via Monchique naar Fóia, het hoogste punt (902 meter) in de Algarve. Hier waren we twee weken geleden, en ook nu was het frisjes boven, met weinig zicht. De korte broek toonde zelfs ongepast, immers de temperatuur bleef onder de 10 graden daarboven.

Zaterdag 19 november op tijd richting West gereden vanuit Portimão, via Sagres naar Cabo de Sao Vicente. Dit maakt wel weer indruk, de laatste keer dat we de kaap zagen was vanaf zee op weg naar Lagos met de Aveline. Nu, hier, van bovenaf, lijkt de Cabo nog imposanter dan vanaf het water: golven beuken –zelfs bij weinig wind- tegen de rotsen en dat verveelt ons nooit. We kijken onze ogen uit naar de heldhaftige vissers die –enkel met een klein lijntje om het middel- tegen de rotsen geplakt staan op grote hoogte om een visje te verschalken.

Via Sagres (fort bezocht op kaap Ponte de Sagres) doorgereden naar Lagos voor een bezoek aan de prachtige rotsen bij Ponte da Piedade en vervolgens het strandje bij Alvor (Praia de Vau).

Zondag 20 november maken we na het ontbijt een fraaie strandwandeling bij Portimão. Het is bewolkt en halfweg worden we genoodzaakt een schuilplek te zoeken voor een immense regenbui. Dat dan weer wel hier in de prachtige Algarve. Maar ja, we zullen maar aannemen dat de bomen en planten hier ook af en toe wat water nodig hebben nietwaar? In de namiddag naar Ferragudo gereden voor een uitstekende lunch en van daaruit naar Faro, de koek is op, de lol voorbij, onze blommen moeten weer naar huis, aan het werk morgen en de vlucht vertrekt om 21.40 uur naar Amsterdam. Was super om ze even bij ons te hebben. Als we weer naar “huis” in Portimão rijden zijn we er weer stil van….hier wennen we nog steeds niet aan… afscheid nemen.

Maandag 21 november al op tijd op voor de rit met Jan en Jose van de Jonas naar Sevilla. We hebben voor twee nachten een hotel geboekt om drie dagen in Sevilla te kunnen zijn. Ondanks dat het maandagochtend is komen we op de autoweg geen kip tegen… wat een rust hier op weg. Voor een koffiestop doen we Tavira aan, ongeveer het laatste plaatsje in Portugal voor de Spaanse grens. Ook de moeite waard. Vanuit Tavira zijn we met een goed uur in Sevilla, waar we met de TomTom zowat voor de deur van het hotel uitkomen. Na het inchecken meteen na de middag al Sevilla in, meteen ook onder de indruk, wat een oudheden, wat een oude rijkdom, een geweldige stad! Natuurlijk een biertje en een wijntje met tapas in de buurt van de arena (stierenvechterspaleis) waar de stierenkoppen boven je aan de muur hangen.

Dinsdag op tijd op en na een decadent ontbijt op weg naar de kathedraal. In deze tijd van het jaar is het niet overdruk, dus de wachttijd om binnen te kunnen is beperkt. Binnen kijken we onze ogen weer uit… wat een rijkdom, waarbij het vergulde altaar toch ook weer vraagtekens zet rond het vergaren van al deze schatten door de RK-kerk. NB ook hier de oude overheersing door de Moren, immers de kathedraal was oorspronkelijk –in de twaalfde eeuw- een Moorse “hoofdmoskee”, gebouwd door de Moren en na Christelijke verovering “omgetoverd” tot kathedraal. De wisseling “Moors/ Christelijk” zie je hier in Sevilla bijna in alle oude gebouwen. De Christenen lieten het grove werk dus doen door de Moren en pasten dat later allemaal aan op Christelijke leest. In de kathedraal staat ook de graftombe van Christobal Columbus, de grote ontdekkingsreiziger.

Na een paar uur kathedraal verplaatsen we ons enkele honderden meters verder naar het paleis van Alcazar. Dit is het Koninklijk Paleis van Sevilla. Alcázar is een Spaans woord voor (versterkt) kasteel, afgeleid van het Arabische al-qasr, dat “vesting”, “slot” of “paleis” betekent. Het paleiscomplex is waarschijnlijk het oudste koninklijk paleis van Europa dat nog steeds als zodanig in gebruik is. Het is één van de beste voorbeelden van Mudéjar-architectuur, een bouwstijl in het door de christenen veroverde Spanje die sterk beïnvloed was door de voorgaande Moorse cultuur. Dat Moorse zien we in alles terug: tegeltableaus, bogen, tuininrichting, pilaren en ga zo maar door. Hier is het –met prachtig weer- genieten en cultuur-snuiven pur sang.

Doodmoe ’s-avonds (na het badje in het hotel) genoten van de Spaanse dis bij “Lola Cazerola” en na een wijntje of wat in de lokale bodega terug naar het hotel “gekropen”. Na het uitchecken op woensdagochtend doorgereden met de auto naar het Plaza de España. Het halvemaanvormige Plaza de España is een van de bekendste pleinen van Sevilla. Ter ere van de Ibero-Amerikaanse tentoonstelling van 1929 werden er diverse gebouwen opgetrokken in het Maria-Luisa Park, waaronder dit ontwerp van Anibal Gonzalez. Het plein heeft de vorm van een enorme halve cirkel die volledig wordt omringd door gebouwen. Het merendeel van deze gebouwen wordt vandaag de dag gebruikt door de overheid. Geheel onderaan deze gebouwen bevinden zich 52 tegelmozaïeken, fresco’s waarop alle Spaanse provincies zijn afgebeeld in azulejo’s (typische Andalusische tegeltjes). Midden op het plein staat een fontein en het middenplein wordt door talloze bruggetjes verbonden met de zijkant.

Van hieruit rijden we na de middag terug –weer over een zeer rustige autoweg- naar Portimão en leveren de auto weer in. De dagen na Sevilla hebben we toch ook wel weer gebruikt om te genieten van het “niets doen” in en rond de boot. Het is hier nog steeds mooi weer,  wel raar dat de kerstspullen hier overal uitgestald zijn, de kerstliedjes klinken en wij rondhuppelen in de korte broek.

Zaterdag 26 November 2016.      Van Lies kregen we een seintje dat er “mogelijk bij de receptie iets voor ons gearriveerd was”. Nieuwsgierig als we zijn stond Martje dan ook binnen drie minuten bij de receptie van de Marina waar inderdaad een pakket voor ons klaar stond. Het was echter nogal zwaar, dus Martje terug naar de boot en Frans gemobiliseerd voor het zware sjouwwerk. Inderdaad, een fors DHL-pakket, te zwaar voor Martje, werd door Frans op het steekwagentje naar onze steiger gereden en aan boord getild.

We wilden juist aan de koffie gaan, maar dat werd, inderdaad uit nieuwgierigheid naar de inhoud van het pakket, toch maar even uitgesteld. Binnen meteen het pakket op tafel gezet en voorzichtig geopend. Het ingesloten kaartje van de Daltons bracht meteen opheldering.

Helemaal geweldig, meteen wisten we ook waarom het een zwaargewicht was: vier traytjes oer-Belgische Palm hadden hun weg gevonden vanuit NL naar Portimão! Verder een berg lekkers, waarbij de 5-december snoeperijen natuurlijk het meest opvallen: pepernoten, kruidnoten (in vier smaken), borstplaat, drop, gevulde speculaas, stroopwafels enz. enz….het hield niet op. Verder een aantal tijdschriften, botenboekjes, filterzakjes en (superfijne) Zweedse puzzels!

Wat je noemt een extreme verrassing, waarbij natuurlijk Frans meteen al lonkt naar de blikken Palm (eerst effe koelen natuurlijk). Helemaal geweldig deze verrassing, hartstikke bedankt Daltons!!!! Dit gaan we niet vergeten!

Maandag 24 oktober. Voor de eerste keer hebben we in Portimão slechter weer. Slecht weer is voor ons deze regen en harde wind, verder blijft het toch nog 20 graden. We hebben voldoende “leeftocht” aan boord, dus we redden het prima met een goed boek. Alleen er even uit voor een krantje (met de paraplu) maar daar blijft het bij. Woensdag klaart het gelukkig weer op: de zon schijnt weer als vanouds en een strakblauwe hemel overbluft de regen van de laatste dagen. De Jonas heeft een auto gehuurd en samen gaan we naar Lagos. Vooral het bezoek aan de Ponta da Piedade, de zuidelijke kustpunt onder Lagos, is schitterend om te zien. Ook hier weer prachtig roodgele rotspartijen, met allerhande grillige vormen in het water van de zee.

Donderdag alweer vroeg op pad (met de auto van de Jonas) naar Monchique: een heerlijk knusse plaats, met een goed terras, prima lunch en veel te zien in de nauwe oude straatjes.

Vanuit deze plaats doorgereden naar de top van de berg Foia, het hoogste punt in de Algarve met 902 meter.

Foia
Foia

Boven is het zicht wat minder (en ook is de temperatuur voor onze korte broek wat te laag) maar nog altijd spectaculair genoeg om even lekker te genieten.

Vrijdag 28 oktober is er een classic-race op het “Autodrome de Algarve”, het circuit nabij Portimão. Samen met Jan van de Jonas gaat Frans de hele dag in de herrie, olie en rubberlucht, genieten van de old-timers van de racerij.

Op maandag 31 oktober hebben we de boot verlegd (in een andere box aan dezelfde steiger) waar we met de boeg naar het noorden afgemeerd zijn. We hebben nu de zon heerlijk in de kuip, iets wat in het hete seizoen hier nauwelijks te hebben is, maar nu in het verre najaar is het heerlijk!

De hele dag lopen we nog steeds in korte broek en t-shirt, terwijl we horen dat het in Nederland al nachtvorst opgeleverd heeft. Hier zijn de nachten nog steeds zo’n 16-18 graden, met overdag uitschieters naar 26 graden. Kon slechter toch??? In de nieuwe box hebben we ook de boot “winterklaar” gemaakt. Extra lijnen met “schokbrekers” aangebracht, alle zeilen opgeruimd/ goed ingepakt, schoten allemaal eraf gehaald en opgeborgen, beetje kale boot is het nu wel geworden. Wel staan de fietsen nu continue aan dek, hangt de Zodiac in de davits achter de boot, we blijven zowel over water als de weg mobiel. Dinsdag 1 november en nog steeds in de korte broek! Nauwelijks te geloven! Het leven aan boord gaat hier gewoon door, met ook: boodschappen doen, wassen, stofzuigen, water tanken, naar de kapper etc. etc. Ook het bootonderhoud gaat gewoon door (wat hebben we het toch druk, druk, druk…). Dus: olie verversen in de motor en keerkoppeling, filters vernieuwen, kleppen stellen, alweer de toiletpomp repareren, een overboord getrokken stuk rvs-beslag bij de midden-bolder vernieuwen (kei-duur), de waterlijn van de boot schoonmaken, kortom er is elke dag wel iets te doen.

Toch houden we voldoende tijd om lange (strand-)wandelingen te maken, met de Zodiac naar het strandje aan de overkant te varen voor een middag in bikini in de zon en met onze fietsen de verdere omtrek te verkennen.

 

Zondag 6 november gaan we met de auto van de Jonas naar Alvor, een vissersplaats aan een baai enkele mijlen verderop. Dit is wel even wat anders dan het toch redelijk pompeuze Portimão, het is er niet half zo toeristisch.

’s-Avonds koelt het nu wel fiks af; buiten zitten in de avond is er niet meer bij, zodra de zon weg is trekken we naar binnen. Vaak kijken we (via internet) De Wereld Draait Door en het 20.00 uur-journaal.

Bezoek van de Oosterschelde in Portimao
Bezoek van de Oosterschelde in Portimao

Op 12 november heeft Martje zelfs naar de intocht van Sinterklaas zitten kijken (in bikini, compleet met een zakje –gekregen- pepernoten).

De dagen worden hier wel erg kort: om 08.00 uur gaat het licht aan en iets na 17.00 uur begint het al te schemeren, waarna het om 18.00 uur donker is. We hebben wel licht op de fiets, maar toch….het wordt hier ook winter.

Zo, dat was even geleden dat we iets van ons lieten horen vanuit de Algarve. We liggen nu vanaf 4 oktober in Marina de Portimão, bijna drie weken geleden dus.

De eerste dagen vulden zich met oriëntatie op de nieuwe “woonomgeving”: waar is de wasserette, waar kan ik mijn olie kwijt, waar zijn de winkels, terrassen, restaurants en natuurlijk: waar ligt het mooiste strand? De winkels etc. hadden we nogal snel gevonden.

Jezuiten-college Portimao
Jezuiten-college Portimao

Met onze prachtige Dahon-fietsen overbruggen we in 6-7 minuten de afstand naar de Pingo-Doce, een soort Albert Heijn maar dan in Portugal, met een ruim assortiment, een uitstekende wijnkelder, goed bier tegen een redelijke prijs, verse groenten, vlees, vis, noem het maar op. Ietsje verder fietsen kom je bij de echt grote winkelcentra (Continente en Aqua Portimao met buiten de megasupermarkten -Jumbo, Lidl, Aldi- ook gezellige kledingwinkels, restaurants en koffie-bars).

Kerk van Onze Lieve Vrouw van Concelcao
Kerk van Onze Lieve Vrouw van Concelcao

 

Wel hebben we een mandje voor achter op de fiets gekocht (Decathlon) waarin precies twee dozen met elk 15 flesjes bier passen, perfect dus!

De stranden hier bij Portimão zijn geweldig. We lopen daar in 5 minuten vanuit ons deel van de haven naar toe.

We maken lange strandwandelingen waarbij we op de meest prachtige rotspartijen stuiten. Wat een geweldige natuur! Verder is het op die afgelegen stranden (veelal in kleine inhammen tussen de rotsen) heerlijk rustig vertoeven. Je waant je alleen op de wereld daar. Martje vindt het af en toe wat te stil (misschien bang voor zeerovers of zo). Frans vindt ook de kleine afgelegen strandjes wel veel zand hebben (heeft ie een hekel aan tussen zijn tenen). We vinden het zand nog lang overal terug.

Op zee wordt volop gesurft op de af en toe toch wel spectaculaire golven. Blijft lekker kijkwerk natuurlijk. Overigens, meestal gaat Martje naar het strand om haar buik bruin te laten worden en zorgt Frans ondertussen dat hij met een krantje een biertje op het terras scoort (wel natuurlijk met uitzicht op zee). We lopen nog steeds in de korte broek en T-shirt, Frans zoekt steeds de schaduw op want in de zon is het hem veel te heet. Eind oktober en dan nog helemaal geen gevoel van herfst of wat dan ook zoals we in NL gewend zijn. Het strand (Praia da Rocha) is in heel Portugal bekend en vooral in het weekend is het er nog steeds flink bezet. Zo ook de strandtenten, ligstoel- en parasolverhuur: het is hier nog “gewoon” zomer met een temperatuur tussen de 24 en 28 graden.

Bij het begin van het strand –tegen de jachthaven- ligt het fort St. Catherine gebouwd in de 16e eeuw door koning Philip II om Portimão te beschermen tegen de invallen van piraten, zeerovers en de Moren (de Algarve –voorheen “Al-Gharb”, Moors voor “het Westen”-  is meerdere keren in bezit geweest van de islamitische Moren). Het fort is mooi gerestaureerd en biedt een werkelijk schitterend uitzicht over de riviermonding en de zee.

Eerder meldden we al dat Portimão tot ca. 1980 het centrum van de conservenindustrie (vis) van Portugal was. Alle oude fabrieken zijn inmiddels afgebroken/dicht maar alle fabrieksschoorstenen zijn keurig blijven staan. Ze zijn steevast het domein geworden van “overwinterende” ooievaars: op elke hoge schoorsteen staat wel een nest. De ooievaars vliegen af en aan, klepperend en wel op hun nesten op al die bewonderende mensen neerkijkend.

Inmiddels hebben we ook weer de Zodiac uit de voorpunt gehaald, opgeblazen en de Tohatsu er achter gehangen. Perfect vervoermiddel om even naar het strandje aan de overkant van de rivier te gaan of naar Ferragudo (ook aan de overkant) te varen. Ferragudo is mooi, klein en voorzien van veel kleinschalige visrestaurants. Met de fiets (moeten we in de stad over de brug) is het vanuit de jachthaven ongeveer drie kwartier fietsen; met de Zodiac zijn we er in tien minuten. En natuurlijk niet onbelangrijk: leuk speelgoed zo’n Zodiac. Samen met de schipper van de Jonas kijken wie het hardste in plané kan (alle twee een Zodiac en alle twee een even sterke motor): weer een middag lol voor de 60-plussers!

We houden jullie op de hoogte!

Donderdag 29 september. De 4 dagen in Lissabon waren top, maar vandaag gaan we toch echt weer wat verder. Vanochtend eerst de Annalena goede vaart gewenst; zij vertrekken vanuit Lissabon vandaag via Madeira naar de Canarische eilanden en we zullen Gerard en Rommy dus erg lange tijd niet zien. Zelf maken we los voor de tocht over de Taag, maar moeten even wachten totdat de brug bediend wordt die over de havenuitgang ligt. Dan onder de grote brug door stroomafwaarts naar Oeiras.

In Oeiras willen we diesel tanken en een nachtje blijven, maar beiden gaan niet door; de haven ligt vol. Dus maar het stukje naar Cascais doorgevaren en daar de dieseltank vol gezet en een prima overnachtingsplaats gekregen. Vrijdagochtend maken we om halfacht al weer los voor de 53 mijl naar Sines. In de marina de zeilen al gezet en buiten kan het zigzaggen tussen de visboeitjes weer beginnen.

Visboeitje
Visboeitje

Zelfs in diepere wateren stikt het van die boeitjes, en de lijnen eronder wil je natuurlijk voor geen goud in je schroef! Verder op de dag wordt het heter en heter, maar met een zuchtje wind en de zeilen als groot zonnescherm prima uit te houden. Juist voor Sines trekt de wind flink aan en aftuigen in de immens grote havenkom is weer eens lekker lastig. In de kleine maar luxe haven van Sines is plaats genoeg en er liggen verschillende vertrekkers op doorreis. Sines heeft een grote petrochemische industrie en dat zie je (grote mammoettankers, zwarte rookwolken) en dat ruik je (het stinkt er werkelijk overal naar de industrie). Je snapt niet dat al die mooie huizen en gebouwen zo smetteloos wit blijven daar.

In Sines blijven we een dag extra –in verband met de sterke wind op zaterdag en zondag- waarbij het uitje op zondagochtend naar de plaatselijke bakker voor taartjes met koffie (samen met de Jonas) wel heel geweldig is. De zaak zit barstensvol Portugezen die op de zondagochtend zichzelf daar trakteren op zoete waar.

Zondagmiddag maken we de Aveline klaar voor een vroeg vertrek op maandagochtend naar Lagos (78 mijl) langs de beruchte Cabo de São Vicente, het punt waar de Atlantische Oceaan in zuidwest Portugal “het hoekje omgaat” naar de Algarve. We maken maandag in het donker los voor de oversteek. In de haven zeil gezet en motorzeilend kruisen we tussen de zeeschepen voor anker op de rede van Sines. Al zeker op 25 mijl afstand zien we de beruchte Cabo ver boven de zee uitsteken. Met respect houden we afstand van de Cabo en zeilen er met 15 knoopjes wind achterin lekker rustig voorbij.

Boven rond de gebouwen en vuurtoren zijn volop mensen waar te nemen. Het is natuurlijk ook een toeristische attractie die kaap. Juist voorbij de kaap krijgen we wel een flinke valwind die over de kaap aan komt stuiven voor de kiezen. Net zo snel als de valwind komt, verdwijnt deze ook weer en uiteindelijk komen we voorbij de kaap in een heerlijke wind terecht. Voorbij de kaap verdwijnt ook de swell die ons vanaf Zuid-Bretagne dag in dag uit bezig hield. De zee wordt hier “Noordzeevlak”. Met de genua erbij in 18-19 knopen wind trekt de Aveline door het water. Ze weet wellicht dat haar forse taak na het ronden van de kaap er voor dit jaar bijna op zit! Het uitzicht op de ruwe kleurige rotsen is fenomenaal; we kijken voor de zoveelste keer deze reis onze ogen uit, wat een pracht biedt de natuur hier! Grijze en tot warmrood gekleurde rotsen glijden voorbij, met allerhande rotspunten net boven/onder water en heel veel grot-ingangen. We realiseren ons ook dat je hier dus ook niet moet zijn met slecht weer, getuige ook de vele markeringen van scheepswrakken in de kaart. We zijn allebei diep onder de indruk dat we na 5 maanden reizen uiteindelijk ons doel in de Algarve gaan bereiken; wie had dat gedacht?

Bij de Ponta de Piedade –juist zuidelijk van Lagos- zakt de wind helemaal in, doeken we de zeilen op en met de motor varen we het havenkanaal van Lagos in: we komen hier echt in een mediterrane omgeving, inclusief palmbomen en azuurblauw water. Afgemeerd voor een nachtje in de overvolle marina van Lagos. Na deze tocht van 78 mijl krijgen we met Jan en Jose van de Jonas als toetje van deze dag nog het lekkerste chinese maal sinds ooit. Iets te veel gegeten natuurlijk, met een goed glas erbij, rollen we al vroeg de kooi in voor een lekkere lange nacht. En dan dinsdag maar meteen (na de boodschappen) losgemaakt voor de laatste mijlen dit seizoen naar Portimão, onze “overwinteringsplaats”.

Portimão is een havenstad met zo’n 55.000 inwoners- die de grootste sardines vloot van Portugal huisvest, gelegen aan de monding van de Rio Arade. De visverwerkende industrie is daarom een belangrijke bron van inkomsten in deze stad. De nieuwe vissershaven ligt buiten Portimão, in Ferragudo. Daarnaast is Portimão ook een belangrijke handelsstad en vormt het grote strand van Praia da Rocha een belangrijke toeristische trekpleister. Het bevaren van de oude handelsroute via de Rio Arade naar het landinwaartse Silves is een andere toeristische attractie geworden; bootjes met toeristen varen af en aan, maar ook op de boulevard staan talloze kraampjes waar de toerist lekker gemaakt moet worden voor een boottochtje op de rivier of op zee. De economie in Portimão draaide om alles wat met de zee van doen heeft. In de 19e eeuw wordt de stad beheerst door de visconservenindustrie. Ze werd een van de belangrijkste centra van visverwerking in de Algarve totdat in het begin van de tachtiger jaren van de 20e eeuw, gedwongen door de recessie, de fabrieken voorgoed de deuren sloten. Gelukkig vonden veel inwoners werk in de toeristen-“industrie” die vanaf 1980 een stormachtige ontwikkeling heeft doorgemaakt, inclusief beach-tenten, disco’s en de BurgerKing. We steken vanuit Lagos over naar de Rio Arade, waar we ons melden bij de receptie van de Marina de Portimão (we hebben hier al een maand of wat geleden gereserveerd). We krijgen een prima plek met alle faciliteiten bij de hand. Hier gaan we het best uithouden de komende tijd. We zijn er…we hebben het gedaan….met de bemanning van de Jonas schenken we een glaasje Dalton-bubbels op deze goede afloop! Geweldig!

PS: we zullen de verhalen rond onze belevenissen ook tijdens het “winterseizoen” blijven voortzetten.

img_1585

 

 

 

 

 

 

 

Dinsdag 20 september 2016. We hadden vanochtend los willen maken om verder zuidwaarts te trekken maar de mist gooit roet in het eten; alles zit pot- en potdicht van de mist tot een uur of 12. Geen straf natuurlijk want zo hebben we de tijd om ’s-middags te wandelen door het oude deel van Porto Douro, Afurada. Hier hebben al eeuwenlang de vissers gewoond en echte rijkdom is hier tot op vandaag niet doorgedrongen. Kleine huizen en straatjes, overal was, restaurants die in de smalle straatjes op de weg de vis staan te grillen (overal blauwe rook), maar ook een heus “washuis” waar de vrouwen in grote bakken water de was doen met de borstel en zeep, en de was vervolgens op het hoofd naar huis dragen.

Woensdagochtend toch maar op tijd losgemaakt, op de rivier de zeilen gehesen en met 16 knopen wind naar zee. Eenmaal buiten houdt het snel op met de wind en motorzeilen we de 65 mijl naar Figuira de Foz. Bij Kaap Mondego krullen de enorme swell-golven om de kaap. Ziet er best spectaculair uit maar de Aveline glijdt er soepel overheen zonder moeite. In de namiddag kan zelfs de fleecetrui en de lange broek verwisseld worden voor t-shirt en korte broek als de zon doorbreekt. Ziet het er allemaal ook meteen een stuk vriendelijker uit! In Figuira de Foz afgemeerd en na een korte wandeling naar bed.

Donderdag beetje laat opgestaan en op weg naar Nazaré, 36 mijl over een spiegelgladde zee. In Nazaré worden we keurig opgevangen door José en Jan van de Jonas (ze hadden hier op ons gewacht) die we twee weken niet gezien hebben. Honderduit bij te kletsen dus! s-Avonds de beste zeebaars ooit gegeten, heerlijk was dat, en weer redelijk op tijd naar bed. Frans wordt midden in de nacht wakker, zo ziek als een (zee-)hond en blijft de rest van de nacht pendelen tussen bed en toilet. Vrijdag is-tie natuurlijk geen mens na zo’n nacht, maar het is rustig weer en we beginnen toch maar aan de 64 mijl naar Cascais. De halve tocht ligt Frans lekker beneden te pitten, even inhalen natuurlijk, zodat hij in Cascais weer redelijk hersteld is. Bij het binnenvaren van Cascais ontmoeten we (op afstand) ook nog de Endeavour, een gerestaureerde J-klasser uit het begin van de 20e eeuw. Later ligt dit prachtige jacht (geregistreerd in de Kaaiman-eilanden) in de marina, maar jammer genoeg kunnen we er niet dichtbij komen om even te kijken.  We meren af  in de luxe, dure marina, de duurste haven tot nu toe van onze hele reis, maar voor een keer moet dat kunnen natuurlijk.

Cascais is een voormalig typisch vissersdorpje dat is uitgegroeid tot een wereldse, welvarende badplaats en een van de rijkste gemeenten in Portugal, op ongeveer 25 km van Lissabon. Het lot van Cascais en de naburige plaats Estoril, samen vaak de Portugese Riviera genoemd, veranderde in de 19e eeuw toen de Portugese monarchie en adel in de zomermaanden steeds vaker naar deze zonnige kust trokken. Paleizen, landhuizen en luxehotels verrezen op de mooie kleine stranden en in de schitterende dennenbossen. Het gebied werd al snel een bekende internationale vakantiebestemming die vermogende en voorname bezoekers aantrekt.

Vandaag de dag heeft Cascais veel van zijn originele charme behouden. Het schilderachtige stadscentrum achter het beschutte strand is een doolhof van levendige, kleine straatjes. Veel zijn alleen toegankelijk voor voetgangers zodat de vele winkeltjes, bars en restaurants in die straten eenvoudig bereikbaar zijn. Verkeer blijft netjes op de boulevards. Als we alleen al kijken hoe veel Ferrari’s, Porsches, Bentleys en ander duur speelgoed voorbij komt flaneren wordt de hier aanwezige rijkdom zwaar onderstreept. Zaterdag gebruiken we om enkele van de villa’s/paleizen te bezoeken.

Natuurlijk ontbreekt ook een bezoek aan de beroemde vuurtoren niet (Ponta de Santa Marta). Frans is wel opgeknapt, maar nu sluipt bij Martje het virus binnen. Ook Martje paradeert tussen bed en toilet en slaapt de halve dag. Zondag varen we met de laatste stroom mee de Rio Tejo (de Taag) op. Op verre afstand zien we de grote hangbrug bij Lissabon over de Taag al liggen. Enorm wat een brug.

De brug is geopend voor het publiek in 1966 en heette oorspronkelijk Ponte Salazar (Salazarbrug), naar de premier/dictator Salazar. Op de dag van de “Anjerrevolutie” werd de naamplaat verwijderd en werd de brug demonstratief met verf omgedoopt in “25 aprilbrug”. Met een doorvaarthoogte van 70 meter en een overspanning van 2200 meter blijft het een imposante brug. Hij werd gebouwd door dezelfde bouwers die ook in San Francisco de Golden Gate Bridge hebben gebouwd en dat zie je hier duidelijk terug. We meren af voor een paar dagen in het Alcantara-dock, een marina tussen de grote brug, een containerterminal en de spoorlijn in. Maandag is Martje ook weer boven water en nemen we de trein en metro naar de oude wijk Alfama in het centrum van Lissabon.

Lissabon –met zijn ca. 550.000 inwoners- heeft alles van de grote stad, inclusief verkeershectiek, mega-winkels, bedelaars, opdringerige verkopers van allerhande waar, junks, zakkenrollers, daklozen en ga zo maar door.  Als we alleen al op een terras zitten voor een kopje koffie is niets rustig om je heen, herrie, benzinedamp, drommen toeristen die ook uit de gigantische cruise-schepen aan de kade losgelaten worden en ga zo maar door. We laten alles maar rustig op ons af komen en hebben volop te kijken. We bezoeken de oudste kathedraal van Lissabon, de Sé (bisschopszetel) die dateert uit de 12e eeuw.

Verder lopen we door naar het Castelo de Soa Jorge (st. Joris), maar daar stond zo’n enorme rij wachtenden om naar binnen te gaan dat we van een bezoek maar afgezien hebben. We nemen genoegen met een wandeling er omheen naar de Miradouro de St. Lucia met een prachtig uitzicht over de rode daken van Alfama en de Taag.

Vermoeid komen we op de boot aan in Alcantara.

Annalena
Annalena

Wat schetst onze verbazing:  komt een geel  “Herkingen-vlaggetje” de haven binnen varen: de Annalena van Gerard en Rommy meert juist achter de Aveline af.  Zijn we enkele duizenden mijlen van Herkingen, komen we toch weer zo’n geel vlaggetje tegen! De Annalena is onderweg naar de Carieb en als uitvalshaven naar Madeira is Lissabon prima natuurlijk.

Dinsdag trekken we met de trein naar westelijk Lissabon, de wijk Belém staat op het program. In Belém is voor elke toerist het Mosteiro dos Jéronimos welhaast verplichte kost, ook al staat er een lange wachtrij om een kaartje te bemachtigen. Het is een oud hyronomieten-klooster (orde van de Augustijnen).  Eenmaal binnen vallen we van de ene verbazing in de andere: wat een rijkdom! De gelofte van armoede is in dit klooster toch wel wat ruim uitgelegd! We zien alleen maar pracht en praal, eigenlijk niet passend bij onze ideeën over soberheid en eenvoud als in de kloosters die we kennen.

In de klooster-basiliek liggen ook diverse sarcofagen met de lichamen van vorsten (gedragen door olifanten), een hier bekende dichter (Luís de Camões) en de beroemde ontdekkingsreiziger Vasco da Gama. Vasco da Gama ontdekte als eerste in 1497 de handelsroute via Zuid-Afrika naar Indië. Nog steeds is zijn sarcofaag een toeristische trekpleister, vooral voor de Portugezen, voor hen is hij nog steeds een grote held.

Van het klooster is het een korte wandeling naar de Torre de Belém, een oude verdedigingstoren uit het begin van de 16e eeuw in de monding van de Taag. Ook werden hier politieke gevangenen gehuisvest in de kerkers.

Zowel het klooster als de toren staan op de wereld-erfgoedlijst van Unesco.

Veul en Vet a/b Jonas
Veul en Vet a/b Jonas

Klapper van deze dag is het culinaire hoogstandje aan boord van de Jonas: Jan heeft een elektrische frites pan aan boord (wie eigenlijk niet?) en we worden aan boord van de Jonas verwend op een berg kroketjes, kip en frietjes! Helemaal geweldig en heerlijk natuurlijk.